De zaak DigiD: het vervolg
Vanmiddag vindt de inhoudelijk bestuurlijke hoorzitting plaats in de bezwaarprocedure rond het verbod op de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. The Firewall is daar samen met stichting Privacy First bij aanwezig. Dat is goed nieuws. Het betekent dat we definitief als belanghebbenden zijn aangemerkt, hoewel de staatssecretaris in juli nog alles uit de kast haalde om ons buiten de rechtszaal te houden.
Sinds onze eerste brandbrief aan het Bureau Toetsing Investeringen is er veel gebeurd. Staatssecretaris Aerdts heeft de overname door Kyndryl verboden. Solvinity en haar aandeelhouder hebben tegen dit verbod bezwaar ingediend en probeerden het via de rechter te schorsen. Die poging mislukte: de voorzieningenrechter wees het verzoek in juli af wegens gebrek aan spoedeisend belang.
In diezelfde uitspraak stelde de rechter vast dat The Firewall en Privacy First, gelet op hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden, legitieme belangenorganisaties zijn. Het algemeen belang dat zij in het bijzonder behartigen is volgens de rechter rechtstreeks bij dit verbod betrokken. De rechter heeft ons daarom op eigen initiatief uitgenodigd om als partij deel te nemen. The Firewall wordt namens het maatschappelijk belang gehoord, waar wij vanaf het begin op hebben aangedrongen. Stichting Human Rights in Finance (HRIF), die in juli nog bij de zitting aanwezig was, is er dit keer niet bij. Na een aparte hoorzitting over de ontvankelijkheid van HRIF afgelopen maandag, mag zij van het ministerie uiteindelijk niet deelnemen.
Bescherming van digitale burgerrechten
Vanmiddag buigen we ons over de kern van de zaak. Er zijn weer vertrouwelijke stukken met ons gedeeld waar we niets over mogen zeggen, maar in essentie betogen de aandeelhouders van Solvinity dat het Amerikaanse techbedrijf Kyndryl een ‘veilig huis’ is.
Dit is de vraag waar de hele zaak om draait. Het gaat hier om de bescherming van onze digitale burgerrechten en de vraag of een essentieel en privacygevoelig onderdeel van onze digitale infrastructuur (onder andere het systeem waarmee miljoenen Nederlanders zich dagelijks identificeren bij overheid, zorg en verzekeraars) binnen de reikwijdte mag komen van de Verenigde Staten: een rechtsstaat waar de democratie op haar grondvesten schudt, het internationale recht steeds losser wordt geïnterpreteerd en grondrechten van burgers onder druk staan.
In de zitting van 6 juli stelden de advocaten van de voornamelijk Britse aandeelhouders van Solvinity dat de risico’s voor de Nederlandse burger verwaarloosbaar klein zijn. Het argument hiervoor was dat Kyndryl nooit eerder door de Amerikaanse overheid is gevraagd om informatie over klanten te delen of de dienstverlening uit te zetten. Oftewel: bij dit kruispunt is nog nooit iemand door rood gereden, dus het zal niet gebeuren. Een onhoudbaar argument.
Voor zover er toch risico’s aan de overname kleven, vallen die volgens de aandeelhouders te mitigeren. De advocaten betoogden dat de informatie van Nederlandse burgers door encryptie niet door nieuwsgierigen zijn in te zien, ook niet als ze daarvoor een geheim bevel van de Amerikaanse veiligheidsdienst zouden krijgen – een zogenoemde gag order. Dat klopt niet, legde tech expert Bert Hubert al in december 2025 aan Follow the Money uit.
Een ander argument van de advocaten was dat Kyndryl al diensten aan veel meer overheden levert. Daaruit moest de rechter dan maar concluderen dat het prima is om dat nu weer te doen. Alsof er sinds de uitverkiezing van Donald Trump niets is gebeurd.
Intussen is het risico van de overname de afgelopen maanden niet abstracter geworden, integendeel. De ontwikkelingen in de Verenigde Staten zelf, en de manier waarop technologische afhankelijkheid daar steeds openlijker als drukmiddel wordt ingezet, maken duidelijk hoe urgent deze procedure is.
Wil Kyndryl nog wel?
De vraag is ook of Kyndryl Solvinity überhaupt nog wil overnemen. Ze waren als procespartij niet bij de zitting van 6 juli aanwezig. Simon Lelieveldt van stichting HRIF las de laatste SEC filing van Kyndryl erop na en komt tot de conclusie dat het Amerikaanse techbedrijf de overname van Solvinity liever ziet stranden. Dat we nu toch in de rechtszaal staan, komt door de aandeelhouders van Solvinity die koste wat kost de deal willen redden.
Uiteindelijk staan er twee belangen tegenover elkaar: dat van miljoenen Nederlandse burgers die moeten kunnen vertrouwen op de vertrouwelijkheid en continuïteit van hun gegevens, en dat van een klein aantal voornamelijk buitenlandse aandeelhouders die op maximaal financieel rendement uit zijn. We gunnen investeerders die risico’s hebben genomen een mooi rendement, zolang dat niet ten koste gaat van het maatschappelijk belang. Helaas is dat laatste hier overduidelijk het geval.
Wij zijn er vandaag bij en zullen het publieke belang bepleiten. Later deze week brengen we verslag uit van de hoorzitting. Dank aan iedereen die deze zaak met ons volgt en steunt.