(Toch) samen in de strijd
Het was een roerige week achter de schermen bij The Firewall. Terwijl we ons opmaakten voor de rechtszaak tegen Solvinity, ondervonden we tegenwerking van de staatssecretaris die onze bondgenoot zou moeten zijn. Gelukkig vonden we de rechter aan onze kant. Morgen staan we zij aan zij met de Nederlandse staat om het verbod op de overname door de Amerikanen te handhaven.
Een gedeelde tegenstander zorgt meestal voor samenwerking en overleg, maar in de aanstaande rechtszaak tegen DigiD-leverancier Solvinity gaat deze wetmatigheid niet op.
Eind mei was staatssecretaris Willemijn Aerdts van Economische Zaken en Klimaat even onze heldin. Ze verbood toen de verkoop van DigiD-leverancier Solvinity aan het Amerikaanse techbedrijf Kyndryl. Voor wie net instapt: Solvinity levert cloud- en digitale infrastructuurdiensten aan de overheid die er onder andere voor zorgen dat via DigiD gegevens van Nederlanders met o.a. de Belastingdienst, pensioenfondsen en zorgverzekeraars gedeeld kunnen worden. Het van oorsprong Nederlandse bedrijf is nu in Britse handen. Sinds de verkoop aan het Amerikaanse Kyndryl ophanden is, zijn er grote zorgen. In Amerika gelden namelijk wetten die ervoor kunnen zorgen dat toegang tot onze gegevens geblokkeerd kan worden, of dat de overheid hier zomaar inzage in heeft. Daarom spant The Firewall zich al sinds januari met een groep wetenschappers, tech-experts, opiniemakers en stichting Privacy First in om die verkoop te blokkeren.
Dat deden we door tegen de staat te procederen. We eisten van de baas van Aerdts – minister Heleen Herbert – dat ze de overname zou verbieden. Herbert gaf geen krimp, maar Aerdts ging na het geheime advies van Bureau Toetsing Investeringen (BTI) door de bocht. Een meesterlijke zet, die ons een bijkomend voordeel opleverde. Dit betekende namelijk dat het ministerie bij een bezwaarprocedure door Kyndryl en Solvinity niet meer onze tegenstander zou zijn, maar onze bondgenoot. We hadden nu immers hetzelfde doel: handhaving van het verbod.
Aversie tegen onze bemoeienis
De bezwaarprocedure kwam er. Die werd – heel verrassend – niet door Kyndryl opgezet. Het Amerikaanse techbedrijf zag sinds februari zijn koers meer dan halveren nadat grootschalige problemen in de financiële verslaggeving naar buiten kwamen. Kennelijk ziet het management na alle ellende thuis en de enorme ophef in Nederland geen brood meer in de overname van Solvinity. Het management van Solvinity en zijn Britse aandeelhouders zien echter een mooie deal in rook opgaan en laten het er niet bij zitten. Via een procedure tegen de Nederlandse staat willen ze vechten voor hun centen en daarmee burgerrechten van Nederlanders in de uitverkoop doen. De zaak dient op 6 juli.
Wat er echter niet kwam, was ons bondgenootschap met het ministerie. De staatssecretaris liet al vrij snel weten helemaal geen trek te hebben in de aanwezigheid van mensen als Joris Luyendijk, Marleen Stikker en Jelle Postma en de stichtingen The Firewall en Privacy First. Op zichzelf genomen was dat niet verrassend, want minister Herbert had in onze procedure al bij voortduring laten blijken geen prijs te stellen op nieuwsgierige blikken. Maar dat was voordat het verbod er lag en we een gedeeld belang hadden. Staatssecretaris Aerdts blijft ondanks dat gezamenlijke belang – dat voor elke Nederlandse burger geldt – een aversie houden tegen onze bemoeienis.
Gelukkig vindt de staatssecretaris in deze de rechtbank Rotterdam tegenover zich. Die nodigde enkele weken geleden de stichtingen The Firewall, Privacy First en Human Rights in Finance (HRIF) uit voor de zitting van 6 juli. Stichting HRIF procedeert los van The Firewall e.a. en eist eveneens dat het verbod op de overname van Solvinity blijft staan.
Wij hadden bij het ministerie al in een vroeg stadium het verzoek ingediend om aan een eventuele bezwaarprocedure deel te nemen. De uitnodiging laat zien dat de Rotterdamse rechtbank de stichtingen als belanghebbenden erkent en dat is goed nieuws. Onze advocaten zitten daarom maandag vanaf 10.00 uur naast die van de staatssecretaris.
‘Staatsgeheime informatie’
Als het aan de staatssecretaris ligt, hoeven we niet naar Rotterdam te komen. Aerdts heeft de laatste weken alles in het werk gesteld om de stichtingen uit de rechtszaal te weren. Dat begon met de eis om de zittingen achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Als wij kennis zouden nemen van de vertrouwelijke inhoud van de standpunten van Solvinity en de staat, zou dat mogelijk risico’s opleveren voor de ‘nationale veiligheid’, zo bleek uit de brief die de landsadvocaat medio juni namens de staatssecretaris schreef. Er zou zelfs ‘staatsgeheime’ informatie kunnen lekken als we volledige inzage zouden krijgen in alle documenten en correspondentie en daarmee zouden we de ‘diplomatieke betrekkingen’ van de Nederlandse overheid kunnen schaden.
Tussen de regels door laat de angst van de Nederlandse regering voor de toorn van Trump zich lezen. De Verenigde Staten zouden zelf nooit vertrouwelijke informatie van hun burgers binnen het bereik van een vreemde mogendheid brengen en daar zouden wij in Nederland vanzelfsprekend alle begrip voor hebben. Andersom moeten we kennelijk vrezen voor de openbaarmaking van de inhoudelijke argumenten die de rechten van Nederlandse burgers moeten waarborgen.
Uit de brief van de landsadvocaat bleek verder vooral de zorg van de staatssecretaris voor de ‘(bedrijfs)economische belangen van betrokken ondernemingen’. Het ging over ’bedrijfsvertrouwelijke’ en ‘concurrentiegevoelige informatie’ die bij openbaring de belangen van Kyndryl en Solvinity kon schaden. Die van Nederlandse burgers kwamen in het schrijven niet aan bod.
Tegen het zere been van de staatssecretaris
De stichtingen helemaal uitsluiten van de zitting ging de rechtbank in Rotterdam te ver. In plaats daarvan bepaalde de voorzieningenrechter dat er een regiezitting moest plaatsvinden waarin de staatssecretaris, Solvinity en de Britse grootaandeelhouders duidelijk konden maken welke informatie ze liever niet met de stichtingen willen delen en welk deel van de zitting mogelijk achter gesloten deuren moet plaatsvinden.
Afgelopen donderdag deed de voorzieningenrechter uitspraak en daaruit bleek dat staatssecretaris Aerdts zich diep had ingedekt. De rechter stelde vast dat ‘vrijwel alle stukken deels of geheel onleesbaar’ dienden te worden gemaakt, waaronder ‘de volledige motivering van het verbodsbesluit’. Daarmee doelt de voorzieningenrechter op het geheime besluit van Bureau Toetsing Investeringen (BTI) op grond waarvan Aerdts het besluit nam om de verkoop van Solvnity te verbieden.
De staatssecretaris haalde de zwarte kwast ook kwistig door het verzoekschrift van Solvinity en Host Lux, het Luxemburgse vehikel van de Britse aandeelhouders. Ze ging daarin zelfs verder dan de verzoekers Solvinity en Host Lux. Het geeft aan in wat voor ingewikkelde politieke positie de staatssecretaris zich bevindt. Een avond eerder kwam ze nog samen met de Stichting Democratie en Media en zeven bestuursvoorzitters van publieke en private mediapartijen om de zorgen over Big Tech te bespreken. Dat was geen geheime bespreking en alle aanwezigen onderschreven drie kernwaarden: toegankelijkheid, herleidbaarheid van informatie en aanspreekbaarheid voor wat er gedeeld wordt.
Mogelijk wordt het standpunt van Aerdts in de zaak Solvinity beïnvloed door haar ambtenaren. Hoe het ook zij: voor ons is toegang tot essentiële informatie vanzelfsprekend. Gelukkig zag de voorzieningenrechter dat ook.
Om ‘enige zinvolle invulling’ te kunnen geven aan hun positie als partijen, moeten de stichtingen standpunten immers kunnen formuleren ‘op basis van de essentie van de stukken,’ oordeelde hij. De stichtingen hebben het recht op inzage in een ‘partijversie’ van het verzoekschrift van Solvinity en het verweerschrift van de staatssecretaris, waarin slechts de meest heikele passages zijn zwartgelakt. Ook een deel van het geheime besluit van BTI, dat eerder met Solvinity en de Britse aandeelhouders was gedeeld, moet naar stichtingen The Firewall, Privacy First en HRIF worden toegestuurd, besliste de voorzieningenrechter. Uiterste verzenddatum: vrijdag 3 juli.
Dat was tegen het zere been van de staatssecretaris.
Wanhoopsoffensief
Dezelfde dag nog tekende de landsadvocaat in een spoedappel hoger beroep aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De staatssecretaris ‘weigerde’ gehoor te geven aan de beslissing van de voorzieningenrechter en ging geen stukken naar de stichtingen toesturen. De voorzieningenrechter was met zijn beslissing precies tégen de wens van de staatssecretaris ingegaan en dat betekende een ‘ernstige schending van de eisen van een goede procesorde’. Zo erg zelfs dat volgens de landsadvocaat niet langer gesproken kon worden van een ‘eerlijk en onafhankelijk proces’.
Grote woorden, en daar bleef het niet bij. De staatssecretaris verzocht naast het hoger beroep via een voorlopige voorziening ‘per direct’ de beslissing van de rechtbank Rotterdam te schorsen, om te voorkomen dat de advocaten van Solvinity en de de Britse aandeelhouders documenten naar de stichtingen zouden opsturen.
Onze advocaten Roland Mans en Matthijs Kaaks, Vincent Böhre – de directeur van stichting Privacy First – en ondergetekende hadden tot dan toe met stijgende verbazing de correspondentie tussen de rechtbank en de staatssecretaris gevolgd. Daar hoefden we ons niet in te mengen. Maar nu diende zich plotseling voor de zitting van maandag nóg een zitting aan en daar konden we niet van wegblijven.
We waren daarom zeer benieuwd hoe het CBb op het wanhoopsoffensief van de staatssecretaris zou reageren. Het antwoord volgde vrijdagochtend. Het College wees de spoedmaatregel af en daarmee was de schorsing van de baan. De advocaat van Solvinity en de Britten reageerde onmiddellijk en voordat we goed en wel wisten wat er gaande was, hadden we de documenten toegestuurd gekregen. De advocaten van de staatssecretaris waren nog met het CBb in de weer, maar het pleit was al beslecht. Eindelijk konden onze advocaten zich inhoudelijk op de zitting van maandag voorbereiden. Helaas zonder de stukken van de staatssecretaris, want de voorzieningenrechter oordeelde vrijdagmiddag nog wel dat zij die niet hoefde te delen.
We beschikken nu over een deel van het geheime BTI-besluit, het verzoekschrift van Solvinity c.s. en nog wat bijbehorende correspondentie. We mogen die niet met de buitenwereld delen. De voor ons relevante inhoud zullen onze advocaten gebruiken om morgenochtend in de rechtbank in Rotterdam – net als de advocaten van de staatssecretaris - het verbod op de verkoop van Solvinity te bepleiten. Dan zal bij een van de zalen van de Rotterdamse rechtbank een bijzonder affiche hangen: Solvinity Group B.V. en Host Lux S.à.r.l. tegen de Nederlandse staat en stichtingen The Firewall, Privacy First en HRIF. Ondanks de stevige tegenstand van Aerdts en haar ambtenaren, vertrouwen we er nu op dat iedereen de ogen op de bal houdt: het hoogst noodzakelijke verbod op de overname van Solvinity. Hopelijk ziet de staatssecretaris dat wij daarbij kunnen helpen. De zitting begint om 10.00 uur en is deels openbaar.
U gaat snel weer van ons horen.
Eric Smit