Op maandag 6 juli diende de rechtszaak van de eigenaren van Solvinity tegen de Nederlandse staat. De belangstelling was overweldigend. In elk geval voor de Rotterdamse rechtbank, die zo’n grote opkomst niet had voorzien en voor het openbare deel van de zitting op zoek moest naar een grotere zaal.

Dat deel was openbaar dankzij de inspanningen van de stichtingen Firewall, Privacy First en Human Rights In Finance (HRIF). En de pers maakte er gretig gebruik van: journalisten van de NOS, het AD, NRC, het Financieele Dagblad, NU.nl en de Volkskrant waren aanwezig om de advocaten van het Britse private-equitybedrijf Vitruvian Partners, een handjevol Nederlandse aandeelhouders van Solvinity – vertegenwoordigd door het Luxemburgse vehikel Host Lux – en de vennootschap hun zaak tegen de staat te zien bepleiten. Ze eisten dat de voorzieningenrechter zo snel mogelijk het verbod op de verkoop van Solvinity zou schorsen om grotere schade voor de onderneming te voorkomen. De landsadvocaat bepleitte vanzelfsprekend – net als de stichtingen – de handhaving van het verbod dat staatssecretaris Willemijn Aerdts eind mei had opgelegd.

Op dinsdag 14 juli – bijna een week eerder dan hij had aangekondigd – stelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in het gelijk en volgde hiermee de lijn van de stichtingen Firewall, Privacy First en HRIF. Hij wees de eis om het verbod te schorsen af en stelde vast dat spoedeisend belang ontbreekt. De rechter had het bij een korte uitspraak kunnen laten, maar hij nam juist de moeite uitgebreid zijn overwegingen op papier te zetten. Daarmee laat hij zien dat hij een groot maatschappelijk gewicht aan deze zaak toekent.

De staatssecretaris krijgt een tik op de vingers

In zijn uitspraak gaat de rechter onder andere in op het argument van Host Lux en Solvinity dat de staatssecretaris niet bevoegd zou zijn om de overname te verbieden. De rechter volgt dat argument niet en erkent de wettelijke grondslag voor het verbod, onder andere omdat de overname van Solvinity door Kyndryl een bedreiging voor het publiek belang kan opleveren. Een schorsing van het verbod had onomkeerbare gevolgen opgeleverd. Daarmee gaat de rechter mee met het standpunt van de staatssecretaris en de stichtingen Firewall en Privacy First.

Belangrijk voor ons is dat de stichtingen door de rechter als belanghebbenden worden erkend. In dit licht is het ook interessant te zien dat Willemijn Aerdts een tik op de vingers krijgt wegens haar “weinig rechtstatelijke proceshouding”. Hiermee doelt de rechter op de pogingen van de staatssecretaris om de stichtingen Firewall, Privacy First en HRIF buiten te sluiten. De erkenning van de rechter betekent dat het makkelijker wordt voor ons om bij overeenkomstige overnames in de toekomst weer actie te ondernemen.

De tent verkopen, koste wat kost

Het is nog wel interessant om even terug te keren naar de zitting van 6 juli, want die kende een boeiend verloop. De advocaten van de investeerders kwamen met prikkelende stellingen, die later gretig door de journalisten werden opgetekend. Alleen NU.nl en AD noteerden ook de belangrijkste woorden van de voorzieningenrechter. Die liet aan het einde van het openbare deel van de zitting weten dat hij eerst ging vaststellen of er überhaupt een spoedeisend belang met de zaak was gemoeid. Die zat hem volgens de advocaten in ‘dreigend onherstelbare gevolgen’ voor de onderneming, maar waaruit bleek nu dat Solvinity zakelijk gebukt gaat onder het verbod? Gedurende de zitting had de rechter meermalen naar dat spoedeisende belang gevraagd, maar de advocaten van het Britse private-equitybedrijf en Solvinity konden daar in het openbare deel geen onderbouwing van geven. We weten nu dat ze die ook in het gesloten deel niet konden geven.

De rechter merkte vorige week al op dat hij de lat voor het toekennen van de eis van de investeerders – het schorsen van het verbod op de verkoop – hoog zou leggen. Dan moest er op zijn minst sprake zijn van een ‘enorme onrechtmatigheid’. Daarvan is dus geen sprake.

Het moge sinds januari van dit jaar duidelijk zijn: stichtingen Firewall en Privacy First stellen samen met een groep wetenschappers, opiniemakers en tech-experts juist dat Willemijn Aerdts met haar verbod een kolossale onrechtmatigheid heeft weten te voorkomen: het verkwanselen van fundamentele rechten van miljoenen Nederlandse burgers. Vitruvian Partners en Solvinity houden niettemin voet bij stuk: ze willen koste wat kost de tent verkopen. De belangen die in de Rotterdamse rechtbank door de advocaten van Freshfields vooral werden behartigd, zijn die van naar maximaal rendement hongerende eigenaren, niet die van de ongeveer 300 werknemers van het bedrijf.

De private-equityfirma lijkt daarbij weinig boodschap te hebben aan wat de werknemers willen. De aandeelhouder van Solvinity wil incasseren. Maar Solvinity zelf heeft vorig jaar nog aangegeven dat zijn diensten uit de handen van een niet-Europese onderneming zouden moeten blijven. In een rapport met de titel ‘Strategische digitale autonomie en het Rijksbreed cloudbeleid’ uit maart 2025 waarschuwde Solvinity nota bene zelf ‘voor buitenlandse inmenging in het beheer van kritieke fysieke infrastructuur en essentiële overheidsdiensten als DigiD.’ De belangen van de investeerder en het portfoliobedrijf staan dus lijnrecht tegenover elkaar.

Dwerg Solvinity

Bij aanvang van zijn pleidooi noemde advocaat Winfred Knibbeler (Freshfields) Solvinity een ‘relatief kleine onderneming’. Daarmee toonde Knibbeler zijn gevoel voor Brits understatement. In 2024 had de balans van het bedrijf een omvang van 54 miljoen, 10 miljoen minder dan het jaar ervoor. Het bedrijf zou voor iets meer dan 100 miljoen aan Kyndryl zijn verkocht. Afgezet tegen de omvang van de fondsen van Vitruvian Partners en de grootte van hun deals, is Solvinity een dwerg. Met hun laatste fonds wist Vitruvian Partners maar liefst 7,3 miljard euro binnen te halen en de deals worden steeds groter

Vitruvian Partners nam in juli 2014 een meerderheidsbelang in Solvinity. Een private-equitybedrijf heeft normaal gesproken een tijdshorizon van vijf jaar, dan moet de onderneming weer aan de hoogste bieder zijn verkocht. Een ‘exit’ noemen ze dat. Twaalf jaar later is Solvinity nog steeds in handen van Vitruvian en lijkt een winstgevende exit verder weg dan ooit. Not amusing in the slightest, zullen de immer naar het hoogste financiële gewin strevende partners in Londen menen.

De advocaten van Freshfields moesten dan ook met een overtuigend verhaal voor de dag komen om de belangen van de Britse investeerders veilig te stellen. Daarbij wezen ze herhaaldelijk op de grote afwezige in de rechtszaal: het Amerikaanse techbedrijf Kyndryl. 

Een ‘veilig huis’?

Het Amerikaanse techbedrijf ziet zelf geen brood in een verweerprocedure tegen de staat en daaruit kun je concluderen dat Kyndryl geen trek meer heeft in de overname van Solvinity. Knibbeler omschreef het bedrijf niettemin als een ‘veilig huis’. Want Kyndryl is een ‘strategische marktpartij’ waarmee de overheid al lang bekend is. Het bedrijf bedient immers al jaren het ministerie van Defensie. Hoe kan dat bedrijf nu opeens geen betrouwbare partner meer zijn? Wat jaren geleden goed was voor de overheid, moet nu nog steeds goed zijn – is de redenering van Knibbeler. Daarmee wilde hij de rechter laten geloven dat er sinds de herverkiezing van Donald Trump eigenlijk niet zo veel is gebeurd.

Tsja.

Dat de geopolitieke werkelijkheid sinds de herverkiezing van Trump dramatisch is veranderd, vormde een essentieel onderdeel van het pleidooi van de advocaten Matthijs Kaaks en Roland Mans van de stichtingen Firewall en Privacy First. De man die op 6 januari 2021 de grote instigator was van de gewelddadige bestorming van het Capitool, breekt sinds zijn inauguratie stelselmatig delen van het fundament onder de Amerikaanse democratie af. Zo beschikken de Verenigde Staten sinds enkele weken niet meer over onafhankelijke toezichthouders, die in een democratie van essentieel belang zijn. Trump heeft in maart 2025 de hoogste baas van de Federal Trade Commission (FTC) vanwege de inhoud van een e-mail ontslagen. Op 29 juni oordeelde het Amerikaanse hooggerechtshof – tot verbijstering van velen – dat de onafhankelijkheid van de FTC ongrondwettelijk is en het ontslag gerechtvaardigd is.

Zo brengt Trump zijn autocratische willekeur bijna wekelijks in de praktijk. Big Tech-bedrijven gaan daar zelfs zonder de instemming van het Amerikaanse congres in mee. Dat werd medio juni nog eens duidelijk toen AI-bedrijf Anthropic op basis van een enkele brief van het Witte Huis de toegang tot enkele van zijn nieuwste modellen blokkeerde. Daar kwam geen rechter aan te pas. Deze verontrustende ontwikkelingen werden door Knibbelaar teruggebracht tot ‘theoretische generieke toepasselijkheid’ van de Amerikaanse wetgeving. 

Een logisch verbod

Als die al zou bestaan, vervolgde hij, geldt die voor vrijwel alle IT-dienstverleners van de Nederlandse overheid. Sommigen hebben zelfs ‘meer en gevoeligere’ toegang tot gegevens dan Solvinity. En als die generieke toepasselijkheid ‘werkelijk doorslaggevend’ zou zijn, dan zou ‘de Nederlandse digitale infrastructuur al jarenlang in gevaar zijn en onmiddellijk op slot moeten’.

Het is juist een feit dat de Nederlandse digitale infrastructuur al jaren gevaar loopt, maar de extreme conclusie die Knibbeler daaruit trok – alle diensten gelijk stopzetten – is onuitvoerbaar. Een kind kan begrijpen dat de overheid niet van het ene moment op het andere alle Amerikaanse techleveranciers aan een Hollandse dijk kan zetten. De Nederlandse overheid zal zich stap voor stap uit de klauwen van Amerikaanse tech moeten zien te bevrijden en precies daarom is het verbod van de verkoop van Solvinity aan Kyndryl zo logisch. Deze stap was namelijk het eenvoudigst te zetten: de staatssecretaris hoefde hier alleen maar iets te voorkomen. Maar dat evidente punt weigeren de investeerders en het management van Solvinity in te zien. Die vinden het verbod zelfs ‘onbegrijpelijk en onwerkbaar’.

Dat standpunt was onzinnig en het is evident logisch dat de rechter de grote gevaren voor het publieke belang en de wettelijke grondslag voor het verbod in zijn uitspraak erkent.

Een puntje voor Vitruvian

Voor zover er risico’s kleven aan de overname van Solvinity door Kyndryl, kunnen die volgens de Britse aandeelhouder Vitruvian Partners worden gemitigeerd. Hun redenering werd al menigmaal door tech-experts en juristen onderuitgehaald, want de kern van het probleem is dat zeggenschap en wetgeving niet via technische foefjes zijn af te schermen. Dat weerhield de advocaten er niet van om dit standpunt in de Rotterdamse rechtszaal nog eens te herhalen. Zij verzwegen dat Solvinity in maart 2025 nota bene zelf nog voor een verbod had gepleit met het advies dat ‘een beroep gedaan kan worden op het belang van nationale veiligheid om immuniteit voor “rode knoppen” en niet-Europese wetgeving te waarborgen.’ Dat advies staat nu haaks op de financiële belangen van de aandeelhouders.

De landsadvocaat had de advocaten van de Britse investeerders hierover flink de oren kunnen wassen. Maar hij beperkte zich op de openbare zitting tot een wat zielloos betoog dat er geen spoedeisend belang was.

Waarschijnlijk was het achter gesloten deuren niet veel beter, want de voorzieningenrechter geeft in zijn overwegingen aan de staatssecretaris mee dat ze aandacht zal moeten besteden aan de vraag ‘of een lichtere maatregel [dan een verbod, ES] mogelijk is’. Daarmee doelt de rechter op mogelijke mitigerende maatregelen. Dat die onzinnig zijn legt tech-expert Bert Hubert hier nog eens fijntjes uit.

Nederlandse koper

Tot slot geef ik u nog een weinig solide stelling van advocaat Knibbeler die aan het begin van zijn pleidooi stelde dat ‘puur Nederlandse kopers [..] geen bod’ deden. Formeel klopt dat, maar dat betekent niet dat er geen 100 procent Nederlandse partij was die een bod wilde uitbrengen. EenVandaag berichtte in januari van dit jaar al over het bestaan van die partij. Niet geheel toevallig sprak ik onlangs met een van de vertegenwoordigers van die partij – die ik hier nog even niet mag noemen – omdat ze graag nog een bod op Solvinity wil uitbrengen als het verbod straks definitief is. Volgens mijn bron werden er daadwerkelijk inhoudelijke gesprekken met Vitruvian gevoerd, maar kwamen de partijen niet tot onderhandelen.

We gaan in augustus weer verder als de eerste hoorzittingen in de bezwaarprocedure staan gepland. Daar zullen we als belanghebbenden bij aanwezig zijn.

Daar hoeft u niet op te wachten, want we zullen eerder met interessante berichten over de voortgang bij The Firewall naar buiten treden.

Tot dan!

Eric Smit

PS Ben je nog geen medestander of donateur? Alle bijdragen, groot en klein, zijn van harte welkom. Sta ook op tegen Big Tech!